Het magazine voor West-Brabant en de Gemeente Tholen
  • Het gratis
    huis-aan-huismagazine
    in uw regio!
  • De wijkzuster als spin in het web

    Uw Regio juli 2017

    Uw Regio
    juli 2017

    De introductie van de wijkzuster acht jaar geleden was het antwoord van de plaatselijke kruisverenigingen in West-Brabant om de kwaliteit van zorg omhoog te krikken. Volgens voorzitter Henk van Tilborg was dat hard nodig: “Mensen waren het zo zat. Er werd niet geluisterd naar wat ze nu echt wilden. Logisch, er kwamen dertig verschillende mensen aan bed.” Tegenwoordig zijn zo’n 65 wijkzusters en -broeders in de regio (van Tholen tot Tilburg) actief.

    “De kruisverenigingen bestaan uit vrijwilligers; betrokken burgers”, legt Henk uit. “Gezamenlijk hebben zij zich hard gemaakt voor de aanstelling van de wijkzuster.” De wijkzuster is een laagdrempelig aanspreekpunt op het gebied van zorg en welzijn in de wijk. Ze wordt ingeschakeld bij allerlei uiteenlopende vragen: van vragen over de (huur)woning tot aanvraag van een PGB. De wijkzuster beschikt over een breed netwerk en heeft zodoende op veel vragen antwoord.

    Volgens Henk waren tot tien jaar geleden de verschillende zorgpartijen de zorgvrager kwijt. “Een WMO-aanvraag moest je bijvoorbeeld telefonisch regelen. Dan krijg je wel echt het gevoel dat je als nummer behandeld wordt. De wijkzuster geeft een gezicht aan het systeem. Zij praat met je en zet zaken in gang.” Niet alleen de zorgvrager profiteert van deze aanpak. Ook de kosten zijn omlaag gebracht. “De zorgverzekeraars zijn erg gecharmeerd van het model”, stelt Henk tevreden vast. “Logisch: de zorg is verbeterd en de kosten zijn omlaag gebracht.”

    Ook vanuit het ministerie wordt positief naar het concept gekeken. Vorig jaar kwam de koning zelfs langs in woonzorgcentrum De Fendertshof in Fijnaart. “Ik dacht dat ik gek werd!”, blikt Henk terug. Het succes van het wijkzuster-concept ligt volgens hem aan de ons-kent-ons mentaliteit in de regio. “De lijntjes zijn heel kort, dat is echt kenmerkend voor dit gebied.”

    Sandy van Schenkel

    “Ik ben er voor iedereen in de wijk”, vertelt Sandy. “In de praktijk komen voornamelijk ouderen naar mij toe. Als wijkzuster moet je vooral een groot netwerk hebben, je moet de juiste wegen weten te bewandelen.” Sandy had jarenlang een leidinggevende functie. Ze werkt nu een jaar als wijkzuster en dat bevalt heel goed. “ Je moet durf hebben en inzet tonen om dingen uit te vinden en daarin heel flexibel en vindingrijk zijn. Een uitgebreid netwerk is heel belangrijk. Als je de juiste mensen kent, helpt dat al heel veel.” Ze is ook verantwoordelijk voor de functionele aansturing van het thuiszorgteam.

    De wijkzuster heeft zeker toekomst, denkt Sandy. “In de nabije toekomst wordt de vergrijzing alleen maar groter. Dat betekent dat er veel ouderen met een zorgvraag zijn en minder opnamecapaciteit. Mensen moeten langer thuis wonen, met alle gevolgen van dien. De wijkzuster is dan onmisbaar.”

    Sandy is trots op een project met als onderwerp eenzaamheid in de Westrand in Roosendaal. “We hebben daar met allerlei verschillende partijen aan tafel gezeten. Alle hulpverleners, het verpleeghuis, de gemeente, het Kellebeek College, zijn daar verbindingen met elkaar aangegaan. Dat was echt heel mooi.”

    Trude Dubelaar

    “Sinds zes jaar, eigenlijk vanaf het begin, ben ik wijkzuster”, vertelt Trude. Ze vat haar werk als volgt samen: “Je moet echt een duizendpoort zijn. Mensen komen met allerlei vragen naar je toe, dus je moet van alle markten thuis zijn. Het belangrijkste is misschien wel dat je goed kunt netwerken. Of het nou bij de gemeente, woningbouwvereniging of voedselbank is.”

    Regelmatig wordt Trude door de omgeving van een hulpbehoevend persoon ingeschakeld. “Een buurman, familielid of iemand van de woningbouwvereniging die zich zorgen maakt vraagt dan of ik eens langs wil gaan. Zo kom ik over de vloer bij zorgmijders.” Als concreet voorbeeld noemt Trude een diner dat ze organiseerde. “Ik merkte dat er heel veel eenzaamheid is. Bij iemand in de wijk heb ik daarom een etentje georganiseerd. Zaten we daar gezellig met elkaar. Dat is toch mooi!”

    Als ander voorbeeld noemt ze een ontmoeting met een man die in een sterk vervallen kamertje woonde. “Hij sliep op een kindermatrasje”, vertelt ze. “Ik heb net zo lang op de weggeefhoek op Facebook gezocht tot ik iets beters gevonden had. Die man slaapt nu op een Aupingmatras!” lacht ze. “En binnenkort krijgt hij een nieuwe woning. Dat is toch echt wel een succesverhaal.” 

    Stefan van der Sanden

    Wie verzorgt de indicatie, wie bepaalt welke zorg nodig is? Het zijn enkele vragen die aan wijkbroeder Stefan van der Sanden voorgelegd worden. “Als wijkbroeder ben ik een onafhankelijk wijkverpleegkundige. Ik kijk dus wat het best past, welke organisatie de hulpvrager het beste kan helpen. De cliënt maakt uiteindelijk de keuze met wie hij in zee gaat. Stefan merkt wel dat mensen niet zomaar over hun problemen komen praten. “Het is wel een drempel die mensen over moeten. Bovendien weet niet iedereen dat wij actief zijn in de wijk.”

    Voorheen was Stefan werkzaam als verpleegkundige in het ziekenhuis. “In de rol als wijkverpleegkundige heb ik veel meer vrijheid. Het is nooit saai, dat maakt het leuk”, vertelt hij enthousiast. “De oplossing ligt vaak niet voorhanden. Het is echt een uitdaging om de juiste oplossing te vinden. Het leuke van een wijkteam is dat je veel contact met partners hebt. Alleen samen kunnen we het aan.”

    Lees verder in het magazine